donderdag 30 april 2020

Jo-Village

December 2009:

3 DAAGSE VAKANTIE BIJBELCLUB


Jo-Village is het dorp waar Mambu geboren is, zijn vader en stiefmoeder en een paar van zijn broers wonen hier nog. Er zijn in de tijd van Mercy Ships veel contacten gelegd met het dorp en dat heeft positief gewerkt. Inmiddels wordt er een nieuwe school gebouwd ook via Manneka sponsoring en wordt er een voetbalteam gemaakt met kinderen ook uit omliggende dorpen.

Er wonen 14 gezinnen in het dorp.
Het gebied ligt waar het dorp is een Moslim gebied, er zijn een aantal kleine dorpen en 1 groot "hoofddorp". De bewoners hebben hun eigen stuk grond en verbouwen er voedsel. Het is 3 uur lopen naar de verharde weg, dus vrij afgelegen van de bewoonde wereld Bijzonder was het dat dit dorp zich openstelde om een 3 daagse vakantie bijbelclub te gaan houden.



























rijst






Start van de bouw van de nieuwe school. De nieuwe school, de muren moeten aan de binnenkant nog gepleisterd worden en er moet nog beton gestort worden op de vloeren. Dit brengt weer een logistiek probleem met zich mee, want dan moet er zand aangeleverd worden met vrachtwagens, en om een vrachtwagen te vinden die over de slechte weg naar Jo-Vollage wil rijden moet je van goede huize komen. Toch is het gelukt en wordt er nu zand aangevoerd zodat er cement gemaakt kan worden.


In de volgende container die naar Liberia gaat zitten schoolbanken en stoelen uit Nederland, dus dan wordt de school compleet. De dorpsbewoners zijn er erg blij mee en werken hard.
Mooi is het dat dit dorp zich openstelde om een 3 daagse bijbelclub te houden. Speciaal daarvoor was een "banner" gemaakt om bij de ingang van het dorp te zetten.








Er werden 300 kinderen verwacht en die zijn ook gekomen, dus ga maar aan staan, wat een organisatie. Het dorp ligt ongeveer 2 uur rijden van Monrovia, het laatste stuk weg is zeer slecht, in de regentijd komen er geen auto's doorheen, alleen auto's met 4-wheeldrive .

Op 28 december was de 1e dag en kwamen alle kinderen uit alle dorpjes eromheen aangelopen, sommigen hadden wel 3 uur gelopen om te komen. Van elk dorp waren er 2 ouders mee om te begeleiden. Alle kinderen werden geregistreerd en kregen een naamkaartje met een leuk plakplaatje erop.
Ze bleven de hele dag aan komen lopen.


In samenwerking met Anneke en Mambu en een team uit Monrovia bij hun uit de kerk, die ook bij alle andere projecten betrokken zijn, en gesponsord door de Samaritan Purse en Manneka werd het mogelijk gemaakt om dit te organiseren.

Veel mensen hadden eigenlijk nog nooit van God en Jezus gehoord, ze waren geinteresseerd.

Er waren veel voorbereidingen getroffen, zo moest de school nog voor een deel afgebouwd worden, al het eten moest ingeslagen worden, borden, kopjes enz. .. ..
Het dorp zorgde voor het klaarmaken van het eten en alle logistiek eromheen en het "team" uit Monrovia verzorgde het programma voor de kinderen.
Alle kinderen bleven slapen en kregen 3 x per dag eten en drinken. Ik heb er van genoten om te zien hoe de kinderen genoten, geen wanklank, geen gezeur, enorm veel interesse in alles en lol met elkaar.


















De 300 kinderen werden in 4 groepen verdeeld, de eerste groep leerde een Bijbeltekst, de tweede groep ging zingen en leerde allemaal nieuwe liedjes aan, de derde groep kreeg een mooi bijbelverhaal te horen met weer prachtige flanelplaten en de vierde groep ging spelletjes doen. Om de zoveel tijd wisselden de groepen elkaar af, genoeg afwisseling dus, en zo ging dat 3 dagen.
Met z'n allen op de foto bij de ingang van het dorp.


In 1 van de lokalen vertelt Ezechiel de bijbelverhalen, hij gebruikt een flanelbord wat het allemaal erg begrijpelijk maakt voor de kinderen. Ze hangen aan zijn lippen, ook de ouders van de kinderen vonden de verhalen boeiend. De 1e dag werd het verhaal van de schepping verteld, daarna het verhaal van Noach en de ark en de laatste dag het verhaal over de smalle en de brede weg. Ezechiel en ook de andere medewerkers, hadden na 3 dagen geen stem meer over, ze waren zelf ook enorm enthousiast over het hele gebeuren en hebben alles gegeven.
In een ander lokaal wordt aan de kinderen een bijbeltekst geleerd






Iedereen kreeg de laatste dag een t-shirt met opdruk van de vakantiedagen en op de achterkant de tekst van een liedje: My God is so big, so strong and so mighty, there is nothing my God can not do: For You


Ook werden er nog voetbalshirts, schoenen en hesjes gegeven voor het nieuwe voetbalteam, de kinderen waren erg enthousiast.

Het was bijzonder om dit mee te mogen maken, in zo'n klein dorpje, zo'n groots gebeuren met 300 kinderen en ook nog extra ouders enz. Het was de 1e keer dat dit georganiseerd was, maar het is zeker voor herhaling vatbaar. Iedereen heeft er veel van geleerd en iedereen heeft enorm zijn best gedaan om alles in goede banen te leiden. Het was gewoon heel erg geslaagd!

maandag 1 februari 2010

Terug in Liberia bij Manneka

December 2009

Hallo allemaal,

In december ben ik voor bijna 5 weken teruggeweest in Liberia. Toen ik vertrok in 2008 heb ik tegen veel mensen gezegd dat ik terug zou komen, alleen dat ik niet wist wanneer dat zou zijn. En nu was het zover, de tijd was gekomen en de mogelijkheid.
Op mijn werk had ik al lang van te voren gevraagd hoe er over gedacht werd als ik in december vrij zou nemen, want ik wilde graag in de decembermaand om reden dat ik het idee had dat ik dan Anneke en Mambu kon helpen met de kerstdrukte van alle programma's. Ook leek het me goed om eindelijk een keer Kerst en Oud en Nieuwjaar daar te vieren. In 2005 was ik 1 dag voor de kerst teruggevlogen naar huis en van 2007 op 2008 was ik op het schip en lagen we in Tenerife.

Mijn collega's vonden het goed en dus was die mogelijkheid open, toen nog extra dagen gewerkt en wat vakantiedagen gespaard en 2 weken onbetaald verlof en toen kon ik 6 weken vrij nemen van het werk.
Ik was van harte welkom bij Anneke en Mambu die ik in 2005 heb leren kennen toen ik voor het eerst in Liberia was. In 2008 heb ik hun iets beter en meer leren kennen en ik heb ze gevraagd of ik bij hun kon komen als ik naar Liberia wilde gaan. ( zie ook bij de berichten van maart 2008)

Anneke was 4 weken voordat ik naar Liberia kwam geopereerd, een grote buikoperatie, dus zij was nog herstellende van de operatie. Daarbij had ze nog 2 x kort achter elkaar ernstige malaria gehad, dus zij was erg ziek toen ik kwam, maar desondanks hebben we een hele goede tijd gehad met elkaar. Haar schoonmoeder had 6 weken vor haar gezorgd, ook in het ziekenhuis en toen ik er een week was is zij weer terug gegaan naar haar dorp.
De kerstprogramma's had Anneke allemaal al helemaal geregeld voordat ze geopereerd werd, dus alleen de uitvoering moest nog gebeuren, maar het was allemaal in kannen en kruiken. Piekobello!
Ik had een heleboel pakjes en post mee, voor Anneke en Mambu, maar ook voor Carl en Ilne en meerdere mensen in Liberia. Ik voelde me net de TNT bezorgdienst, het was echt leuk om bij iedereen pakjes enz. af te geven en kaarten.

Mijn plannen naast de projecten van Manneka waren om een aantal vertalers op te zoeken en ik had een hele lijst mee met telefoonnummers. Nou, dat is gelukt, ik heb veel mensen weer teruggezien en opgezocht en gesproken. Iedereen was verrast als ik belde, sommigen wisten wel dat ik kwam. Het was heerlijk om mensen terug te zien waar je zoveel mee hebt meegemaakt in een jaar en ook al in 2005. Het voelde zo vertrouwd allemaal weer. Ook ben ik nog 3 dagen bij Carl en Ilne geweest, zij hebben een weeshuisproject, ze hebben 3 huisjes gebouwd voor de kinderen en in elk huisje wonen een aantal kinderen met 1 ouder die voor hun zorgt. Zie voor meer informatie hierover op hun website: http://www.mercy4africa.com/
In de 1e week was ik jarig en heb die dag ook een aantal vriendinnen uitgenodigd, dat was bijzonder. Anneke haar schoonmoeder was er toen nog en die heeft samen met Grace voor ons gekookt, 2 heerlijke Afrikaanse gerechten dat ging er goed in bij de visite.
Mama Louise ( voor degenen die haar kennen) zei, we come to swallow Fufu at Mirjam's birthday, dat gleed er zo lekker in.
Ze hebben voor me gezongen, ontroerend en met elkaar gezongen en voor me gebeden, een bijzonder verjaardag was het.
 

Het is al met al een goede tijd geweest en het was de goede tijd om er te zijn. Het was wel heel anders om zo in het land te wonen dan aan boord van een aircondition schip. De dagen en de nachten waren erg warm en dat was wel wennen, je kunt eigenlijk nergens echt afkoelen. Bij Anneke en Mambu hebben ze, zoals bij de meeste Liberianen geen stromend water, er staan emmers met water om te drinken in de keuken en in de badkamer staat een grote ton met water om je te wassen en de wc door te spoelen, dit moet dagelijks weer bijgevuld worden met water uit de pomp die bij hun in de buurt staat. Nu ik weer thuis ben besef ik weer des te meer wat een luxe het is om de kraan open te draaien en bijv. heerlijk onder een douche te staan en de wc gewoon door te spoelen door op een knopje te drukken. Ook is er geen stroom, dus geen koelkast en 's avonds geen licht. Daar werden kaarsen voor gebruikt en het eten kon je niet bewaren, dus elke dag eten halen voor die dag zelf.
De pomp achter in de buurt
In Liberia zelf was er niet veel veranderd, het was eigenlijk eerder nog minder dan de vorige keer dat ik er was en dan doel ik meer op de veiligheid op straat en bijv. op het strand. Helemaal als blanke werd je goed in de gaten gehouden en 1x heb ik echt bedreiging ervaren in de stad. Gelukkig was ik samen met Garmai, die haar ogen overal had zitten en me waarschuwde om ons om te draaien en terug te lopen, dit direct gedaan en naar een man gelopen die zij "toevallig" kende. Ook de man had de bedreiging aan zien komen en meerdere mensen zagen het. Er waren 9 jongens op ons afgekomen als we ons niet omgedraaid hadden en dan hadden ze mij waarschijnlijk gepakt of in ieder geval beroofd. Ik had dat niet zo gauw gezien en ben op dat moment echt beschermd geweest! Ook als we naar het strand gingen werden we elke keer lastig gevallen en dat maakte dat we maar niet meer gingen, of er ging een man mee die ons dan bewaakte, maar ook dat voelt niet prettig. Het strand was op loopafstand bij Anneke en lokte mij natuurlijk erg, even het water in om af te koelen of een lekker eind lopen, maar het kon niet, en zeker niet alleen. Dat was wel eens even slikken, maar dan liever maar wat warmer dan je steeds zo bedreigd voelen.
Zo erg was het in 2008 niet, toen kon je nog redelijk over straat als blanke, maar ik heb dat nu anders ervaren. Er ging altijd iemand met me mee van de vertalers die ik kende, of Mambu dropte me ergens en ze lieten me ook niet alleen gaan, ze brachten me altijd weer terug. Er werd mij ook verscheidene keren gevraagd om mijn tas te laten zien als ik ergens in en uit ging, bizar, dat hoeft helemaal niet, maar op die manier werd er gewoon geprobeerd om iets van je af te pakken of geld te krijgen. Gelukkig heb ik geleerd om hier wat feller op te reageren en er niet op in te gaan.
Het leven is zo anders dan hier, alles kost ook veel meer tijd, je doet alles met een taxi die niet veel kost trouwens, voor 1 USD ben je al een heel eind en voor een klein stukje betaalde je 15 Liberiaanse Dollar, dat is minder dan 1/4 USD ongeveer dus iets van 10 eurocent denk ik. Maar om een taxi te krijgen dat is niet altijd even makkelijk. Het enige wat zichtbaar verbeterd is zijn de wegen, de hoofdwegen zijn allemaal geasfalteerd, alleen met slecht asfalt, want de weg langs de grote havens daar zitten de gaten alweer in. Ook is er langs de hoofdwegen nu verlichting, maar meer nieuws kon ik niet ontdekken en als ik de mensen vroeg wat er nu veranderd was in het land dan konden ze ook niet meer vertellen. De grote supermarkten worden alleen bezocht door UN mensen en mensen die bij ontwikkelingsorganisaties werken. Het is niet te betalen voor de Liberianen, ook voor Nederlandse begrippen lagen de prijzen daar hoog. De straten staan nog vol met kraampjes waar iedereen wat probeert te verkopen of te kopen, het is enorm druk in de stad.

Je vraagt je af hoe het kan als er zoveel ontwikkelingsgeld naar toe gaat. Helaas heb ik veel gehoord en gezien over de corruptie. Het is zo triest en je voelt je zo machteloos, het lijkt wel de manier van leven daar. Ik zal hier niet alles benoemen, maar ben er van geschrokken hoe het overal gaat. Een voorbeeld wat ik zelf bijv. heb meegemaakt is dat ik een visum had aangevraagd hier in Brussel en dat zat in mijn paspoort voor 6 maanden. Maar dan kom je het land in en zetten ze een stempel voor 30 dagen, ik bleef 32 dagen in het land en moest hier dus een verlenging voor aanvragen bij Buitenlandse zaken en dat koste nog eens 20 USD extra. Dat is dan nog maar een klein voorbeeld, maar daar begint het al.........................

Het leven daar is een strijd, van iedereen hoorde ik dezelfde verhalen en het blijft een overleven, elke dag weer om aan eten en drinken te komen. Meer dan 80% van de bevolking is werkeloos en de mensen verdienen gemiddeld 1 USD per dag. Sommige van de mensen die ik van het schip kenden hadden een baantje gevonden, anderen niet.
Ook ben ik weer in een kerk geweest waar ik de vorige keer ook wel kwam, daar werd ik ook hartelijk welkom geheten en heb daar goede diensten meegemaakt. Het is gewoon zo goed om bepaalde mensen weer te zien en contact te houden.
Ik heb veel tijd doorgebracht met Garmai, een ex-patient van het schip die later ook heeft gewerkt op het schip. Het gaat goed met haar, ze is niet meer incontinent en is hier enorm dankbaar voor, ze heeft zich 10 jaar afgesloten voor de buitenwereld, omdat ze altijd urine verloor en dat ruik je, ze schaamde zich. Nu gaat er een wereld voor haar open. Ze gaat naar een avondschool en moet nog 1 jaar, dan gaat ze de opleiding voor vroedvrouw doen.
Ik probeer haar te sponsoren, heb een apart spaarpotje hiervoor en geef presentaties over de VVF problematiek voor belangstellenden en vertel dan haar verhaal, op die manier hoop ik het geld wat nodig is voor haar opleiding bij elkaar te krijgen. Ze is enorm gemotiveerd en we hebben veel met elkaar besproken, heel mooi om iemand zo beter te leren kennen. Ze heeft 3 kinderen in huis, die niet van haar zijn, maar waar ze voor zorgt, omdat niemand anders dat wil doen. Zo gaat dat daar. De kinderen worden ook niet aangegeven bij de gemeente als ze geboren worden. De oudste "dochter"van 18 jaar, Matin was zwanger en is in januari bevallen van een meisje die ze Mirjam genoemd hebben, dus vernoemd in Liberia!



Ook dat was schrijnend, er was helemaal niks voor de baby, alleen een stukje roze plastic waar ze lappen in deden die als luier diende, verder helemaal niks.............. en dan denk je aan hoe het hier is.........ja dan wordt je wel even stil wat dat betreft. De kraamkamer was een donkere kamer, waar een matras op de vloer lag met een klamboe en dat was het. De baby had geen apart bedje en een pakje aan wat veel te groot was. De moedermelk kwam niet opgang en er was geen geld om poedermelk te kopen, zo gaat dat dan dus. Er was zelfs geen geld om glucose te kopen om suikerwater te maken zodat de baby toch wat te drinken kreeg. Maar er werden ook geen grote zorgen over geuit, het was zo en daar heb je het mee te doen. Nu kon ik gelukkig een kleine bijdrage leveren, maar hoe vaak zal het niet anders gaan. De babysterfte is niet voor niks nog hoog daar. Ik vond het een heel klein kindje, maar hun vonden het een grote baby, dus dat zegt al veel.

Eigenlijk heb ik zoveel meegemaakt in die korte tijd, het lijken wel maanden i.p.v. weken zoveel is er gebeurd, dat is gewoon allemaal niet op te schrijven. Toch wilde ik iets delen van de tijd dat ik daar was via deze website.
Vooral wil ik graag iets vertellen over het werk wat Anneke en Mambu doen, dat doe ik in de hieropvolgende berichten. Het was teveel om allemaal in 1x te maken.
Ik heb veel respect voor de manier waarop Anneke en Mambu hun werk doen in Liberia, ze hebben al heel wat opgebouwd wat dat betreft en hebben duidelijke projecten.

Voor wie dat leuk vinden, neem de tijd om alles eens te lezen, ik heb er veel foto's bijgezet dat maakt het wat duidelijker, maar helemaal overbrengen hoe het leven daar is, kan ik niet. Het is zo totaal anders en toch stap je zo weer terug hier in deze wereld, het is apart, of gaat er een knop om als je weer terugvliegt. Toen ik daar aankwam was dat ook zo, je stapt uit het vliegtuig en beseft je dat je in een andere wereld stapt en daar ga je dan, je zit er zo weer in en past je aan, heel apart.
Ik kan alleen maar zeggen voor diegenen die echt geinteresseerd zijn dat het de moeite waard is om eens naar Liberia te gaan, je leert er enorm veel van en Anneke en Mambu zijn mensen waar je je makkelijk thuis voelt.
Ik heb ook een presentatie gemaakt en voor belangstellenden kan ik die laten zien en er wat bij vertellen, dus laat maar weten als er belangstelling is, ook eventueel voor de presentatie over VVF en het sponsorprojectje voor Garmai.

Nu zal ik eerst Anneke en Mambu aan jullie voorstellen.
Anneke en Mambu hebben een NGO in Monrovia die Manneka heet, de website van hun staat hiernaast vermeld. ( http://www.manneka.org/ )

Dit zijn Anneke en Mambu
Hier wonen ze in Congo town Liberia, achter een dikke muur met 's nachts bewaking.


De Heer is mijn herder, het ontbreekt mij aan niets........................



maandag 19 oktober 2009

GROEN LICHT

Hallo allemaal,

Dat is lang geleden, bijna een jaar. Inmiddels is er toestemming gegeven voor de verder bouw van de kliniek in Niger. In december gaat er weer een team naartoe die nu dus toestemming hebben om te gaan opereren.
Bijna een jaar heb ik niks geschreven op de blog, maar toch meld ik het hier ook even.

In december hoop ik zelf naar Liberia te gaan voor 5 weken, ik zal daar logeren bij Mambu en Anneke die ik heb leren kennen in de tijd dat ik aan boord was van de Africa Mercy.
Zij hebben hun eigen NGO. Ook hoop ik Carl en Ilne te bezoeken, zij bouwen een soort "SOS dorp" voor de kinderen van een weeshuis waar ze bij betrokken waren tijdens hun tijd in Liberia.
Mambu en Anneke hebben ook een website: www.manneka.org

In januari 2010 kom ik weer thuis en zal dan een stukje schrijven op de blog over hoe het is gegaan in Liberia.

Groetjes Mirjam

zondag 16 november 2008

Verslag reis naar Niger

Niger 26 oktober tot 14 november 2008.

Afgelopen 3 weken ben ik mee geweest met een team van 11 mensen om VVF operaties te gaan uitvoeren in Niger en wel in Danja een dorpje vlakbij Maradi.
Het team bestond uit 2 VVF artsen, de echtgenotes van deze artsen waarvan 1 ook arts is. Een anesthesist, een operatieverpleegkundige, 2 verpleegkundigen ( waarvan ik er 1 was), een man uit Engeland die de anesthesie machine had ontwikkeld en die nu ging plaatsen en een man uit de USA die de sterilsatie apparatuur kwam instaleren. Verder nog een gespecialiseerde verpleegkundige uit Engeland die mee was om het project te bekijken om daarna fondsen te gaan werven in Engeland.
Al de apparatuur inclusief de operatietafel was in Juni verscheept naar Afrika en was daar net 2 weken voordat wij kwamen aangekomen.

VVF is een probleem wat vele miljoenen vrouwen in Afrika hebben. De vrouwen zijn incontinent van urine ten gevolge van een verkeerd verlopen bevalling. Doordat er geen goede verloskundige zorg is en deze vrouwen eigenlijk een keizersnede nodig zouden hebben gehad ontstaat dit probleem.
De vrouwen hebben een gat tussen hun blaas en het geboortekanaal en zullen de rest van hun leven 24 uur per dag urine lekken.
Er zijn operaties om dit probleem te verhelpen en daarvoor kwamen we hierheen.

Ik was begin dit jaar hiervoor gevraagd door de VVF arts waar ik het afgelopen jaar bij Mercy Ships veel mee gewerkt heb. Nu was het dan zo ver.

In Danja, een dorp 15 kilometer vanaf Maradi, een redelijk grote stad, is een kliniek van de SIM ( serving in mission) gevestigd.


Sinds 50 jaar is hier een leprakliniek gevestigd en worden er dagelijks spreekuren gehouden door 2 artsen voor allerlei ziekten en kwalen. Er is een apotheek en mensen kunnen hier medicijnen voorgeschreven krijgen.
Verder is er elke woensdag een spreekuur voor vrouwen en kinderen, inentingsprogramma’s en is het mogelijk om in de kliniek te bevallen. Alles zeer primitief.
Er is fysiotherapie voor de leprapatiënten en een reïntegratie programma.






Op dit terrein is de nieuwbouw van de VVF kliniek gepland, dit is een samenwerkingsverband tussen SIM en het World wide fistual fund.
De bedoeling is om naast het uitvoeren van deze operaties, artsen en verpleegkundigen uit het land op te gaan leiden om uiteindelijk in de toekomst de kliniek te kunnen laten draaien met de locale bevolking.

Er is al 1,5 jaar is ernaar toe gewerkt om een eerste team naar Danja te kunnen sturen. Afspraken met de nodige instanties zijn gemaakt en er is toestemming van allerlei kanten voor het project van de VVF.
De fundering voor het ziekenhuis ligt er al. In deze 3 weken zou de operatiekamer ingericht worden en was het plan om vanaf de 2e week te gaan opereren. We konden een deel van de huidige kliniek gebruiken om de vrouwen te verplegen.
Om in Maradi te komen moesten we vanuit de hoofdstad Niamey verder reizen met een klein vliegtuigje. Deze vlucht duurde 2,5 uur, heel bijzonder om dat mee te maken en vanuit de lucht dit deel van Afrika te zien. Veel zand, af en toe een boompje en de rivier de Niger kon je zien liggen. Hoe is het mogelijk dat mensen daar kunnen leven, dat was mijn eerste indruk van alles vanuit de lucht. Her en der zag je kleine dorpjes.

Helaas is het allemaal wat anders verlopen dan we ons hadden voorgesteld. Een paar weken voordat we zouden vertrekken werd duidelijk dat er problemen waren omtrent onze komst en dat we eerst in gesprek zouden moeten met de minister van volksgezondheid. Wat eerst allemaal goedgekeurd was, werd teniet gedaan om redenen die we nooit helemaal zullen kunnen achterhalen en begrijpen.
Artsen zonder Grenzen ( afdeling Frankrijk) was in de afgelopen tijd ook op non-actief gezet. Er is dus iets gebeurd waardoor alles grondig onder de loep genomen gaat worden en waarvan dit project helaas de dupe is geworden.

We wisten dus al toen we vertrokken dat het moeilijk zou worden, maar hadden goede hoop dat als het gesprek met de minister van volksgezondheid geweest was dat we verder zouden kunnen.

In de 1e week is er geprobeerd een afspraak te krijgen met deze minister, dat viel niet mee, er was een afspraak op de 2e dag, maar die ging gewoon niet door, de minister had geen tijd die week en ook de 2e week van ons verblijf liet hij weten geen tijd voor ons te hebben.
Uiteindelijk in de 3e week, 2 dagen voordat we naar huis zouden gaan vond er een gesprek plaats. In dit gesprek gaf hij duidelijk te kennen dat hij geen toestemming gaf aan dit project, met als reden dat ze het zelf willen doen in het land via het nationale programma.
Nu was het niet duidelijk of dit nu een persoonlijke beslissing was van de minister of dat het een weloverwogen beslissing van de hele regering is.

Ook is er tijdens deze weken contact geweest met de minister in Maradi, die ook op de hoogte was van het project, maar nu geen beslissing wilde nemen en ons ook weer doorverwees naar de minister in Naimey.

Een hele teleurstelling dus vooral voor de 2 artsen die het project hebben opgezet en al heel veel tijd en energie erin gestoken hebben.

Tijdens onze 1e week hebben we heel veel kunnen doen. De operatiekamer was na een week klaar om te gebruiken, de apparatuur deed het allemaal en de 2 installateurs en de engelse verpleegkundige vertrokken na een week weer naar huis.







Wij ( Ineke en ik) hadden veel voorbereidingen getroffen om als we zouden gaan opereren de vrouwen zo goed mogelijk te kunnen verplegen en hadden onze gedachten laten gaan over hoe we het best zouden kunnen starten met het trainen en begeleiden van de locale verpleegkundigen.
Een hele onderneming als je de verpleegkundige standaard van ons vergelijkt met de standaard in Afrika.
We hadden in ieder geval 1 eerste patiënt. Zij was doorverwezen door een ziekenhuis in een andere stad. We hadden er verder nog geen ruchtbaarheid aan gegeven, dat zouden we doen zodra er groen licht kwam zeg maar.
Gelukkig maar, want anders hadden al die vrouwen met hoop op een operatie gekomen en hadden we ze terug moeten sturen.
Er zijn veel vrouwen in de omgeving van Maradi die dit probleem hebben, dat vertelde onze eerste en enige patiënt ons.

In de 2e week werd duidelijk dat we als we dinsdags geen toestemming zouden hebben, er geen operaties gedaan zouden worden. Na een operatie moeten de vrouwen toch minimaal 1 tot 2 weken verpleegd worden voordat ze weer naar huis kunnen en dat risico konden we niet nemen.
We hebben Amina ( onze eerste patiënt) alles zo goed mogelijk uitgelegd en hebben haar naar het huis van haar oom terug gebracht waar ze met haar ouders tijdelijk verbleef.


De teleurstelling was duidelijk voelbaar binnen het team, maar toch hebben we geprobeerd er het beste van te maken. We hebben in ieder geval contact gelegd met het huidige personeel en met hun meegelopen om te zien hoe hun werken in de leprakliniek. In Afrika is het erg belangrijk om eerst relaties aan te gaan en dan vanuit daar verder te bouwen. Een vertrouwensband is enorm belangrijk als je iets wilt bereiken.

Aan het eind van de 2e week gingen de operatiekamer verpleegkundige en de anesthesist naar huis samen met 1 van de echtgenotes van de artsen. Dit was van te voren al zo gepland, omdat we in de laatste week sowieso niet zouden opereren.

De laatste week bleven we dus met 5 man over. Er werd besloten om op maandag terug te vliegen naar Niamey, voor het geval de minister ineens zou besluiten dat we in gesprek konden met hem. En dat gebeurde dus op dinsdag ( 2 dagen voor ons vertrek).
Als reactie op een mail die ik hierover naar een aantal mensen had gestuurd werd ons duidelijk gemaakt dat we contact moesten zoeken met de Nederlandse ambassade in Niger.

Na overleg met het team hebben we dit gedaan en toen begon er weer een balletje te rollen. De Nederlandse ambassadeur was niet in het land, maar verwees ons naar de Belgische ambassadeur van Niger die 5 dagen in het land was voor werkzaamheden.
Met deze ambassadeur hebben we op woensdagmiddag direct een afspraak kunnen maken en een goed gesprek gehad. Hij zou met de minister van volksgezondheid in gesprek gaan, we hebben hier helaas nog geen verslag van, want ook zijn afspraak werd niet nagekomen door de minister. We wachten dus nog. Hij stond erg positief tegenover het project en als hij het voor het zeggen had dan was alles al goedgekeurd.
Hij komt zelf uit Niger en weet van de nood op dit gebied. Hij gaf aan dat het sinds 2005 erg moeilijk is om als buitenlandse organisatie iets op te kunnen starten. Er is een grote achterdocht naar alle buitenlandse organisaties wat dus wel bleek. Dat komt natuurlijk ook ergens vandaan, maar daar zullen we nooit het fijne van weten. Wel werd duidelijk dat er het afgelopen half jaar tegen de oprichters van het project niet duidelijk is verteld hoe en wat en dat voelde niet goed. Wie kun je dan nog wel vertrouwen komt er dan in je op.
Maar dit project zal zijn in samenwerking met de SIM die daar al 50 jaar actief is in Danja.

Ook kregen we op de laatste dag een uitnodiging om met de First Lady in gesprek te mogen gaan, dit is de vrouw van de president en zijn heeft veel voor het zeggen.
Ook Ineke en ik mochten mee naar dit gesprek, het was bijzonder om dit mee te maken.
Het gesprek verliep goed, de First Lady was eveneens positief over het project en zag ook de noodzaak in en kende het probleem van de vrouwen in haar land.
Ze vroeg ons naar de minister van volksgezondheid, of we daar al mee gesproken hadden en wat zijn besluit was. Toen we dit vertelden zei ze dat ze het met haar man ( de president) op zou nemen en er op terug zal komen.
Wij vertrokken donderdagnacht, maar de directeur van de SIM is woonachtig in Niamey en zal het vervolg op zich nemen. Tot nu toe hebben we nog geen bericht terug.

Het is een politieke strijd, maar ook een geestelijke strijd. Niger is een moslimland en als je daar als christenen iets wilt gaan doen, is er tegenwerking. Alhoewel er vrijheid van godsdienst is.

Mijn indrukken van het land zijn dat het arm is, ik heb geen blijheid gezien in de ogen van de mensen, anders dan in Liberia, waar ondanks alle nood toch ook veel blijheid in de mensen was en geloof in God. Hier werd 5 x per dag omgeroepen tot gebed en dan gingen alle mannen hun handen, voeten en gezichten wassen en naar een moskee, of gewoon op straat op een bidkleed zitten. De gebeden klinken, doordat je er niets van verstaat, triest en er straalt droefheid van af. Mensen zeggen het op en kijken daarnaast gewoon om zich heen de straat in. Heel bijzonder om dat te zien gebeuren.
Elke nacht om 5 uur werd ik wakker van de oproep die gedaan werd en daarna hoorde je dan de 'jammerende' gebeden.
Het viel me op dat er niet gezongen werd, ook niet in de kliniek, geen Hausa liederen ( Hausa is de taal die ze in de dorpen spreken, in de hoofdstad is dit Frans) Ik heb ernaar gevraagd, maar de mensen die ik aansprak hierover kenden geen Hausa liederen. Het viel me op, omdat er op het schip in Liberia juist heel veel gezongen werd, Liberiaanse liedjes op eigen muziek.
Het klimaat is warm, heet kun je wel zeggen. Wij waren er in de koelste tijd van het jaar, het was overdag tussen de 35 en 40 graden en ’s nachts koelde het af naar 20 graden of iets lager.
De mensen hadden het ’s nachts koud, ik lag te puffen in m’n bed, gelukkig hadden we airco of een waaier aan.
Het is erg stoffig en dat gaat overal doorheen. De wegen in de straten zijn van hard zand, de hoofdwegen zijn van asfalt. Als het waait is het soms gewoon mistig van het stof, de lucht is dan dof en niet meer helder blauw.
In de maand januari schijnt dit op z’n ergst te zijn. Na maart kan het wel meer dan 50 graden worden. Het is een droge warmte.


 


Er is elektriciteit en stromend water voor de grotere dorpen en steden, dus dat is wel goed geregeld. Het straatbeeld is gevuld met moslim mannen en vrouwen met bedekte hoofden, kraampjes, winkeltjes, muren waarachter de huisjes staan en de gezinnen wonen, veel brommers, ezels, geiten en ossen, soms een kameel. Veel mensen rijden ook op de fiets met achterop de bagagedrager alles wat je maar kunt bedenken.


 







Het waren 3 intensieve weken, elke dag was weer anders en een verrassing wat er zou gaan gebeuren. Flexibiliteit was enorm belangrijk, je was je steeds weer op iets anders aan het instellen. Voor mijzelf is het geen teleurstelling geweest. Ik had me ingesteld op het feit dat alles op losse schroeven stond en had geen hoge verwachtingen. Er moest nog veel georganiseerd worden en elke dag deden we gewoon wat we konden. Voor beide artsen was de teleurstelling wel heel groot, en dat kon ik ook wel begrijpen.
Zelf heb ik er weer veel van geleerd en m’n geloofsleven is gegroeid. Als je in zulke omstandigheden zit dan ervaar je dat God uiteindelijk de leiding heeft en dat als Hij wil dat er hulp voor deze vrouwen komt dat het dan ook goed gaat komen. De weg erheen zal niet makkelijk zijn, er zullen nog wel meer tegenwerkingen komen. Maar we moeten niet opgeven en doorgaan. Een duidelijke les in volharding en vertrouwen wat dat betreft.
Het enige wat we vanuit Nederland nog kunnen doen is blijven bidden en we hopen toch binnenkort antwoord te krijgen.

’t Is weer een heel verhaal geworden, wat kun je in 3 weken dan weer veel meemaken en wat een indrukken. Ik ben inmiddels sinds juni aan het werk bij de jeugdzorg als indicatiesteller voor de AWBZ zorg. In eerste instantie was dit een baan voor een jaar, maar vlak voordat ik vertrok naar Niger is dit contract omgezet naar een contract voor onbepaalde tijd en daar ben ik ook wel weer heel blij mee, het geeft toch weer een stuk zekerheid in deze onzekere tijden. Wat dat betreft weer een zegen!
En mocht het zo zijn dat ik toch nog weer een keer naar Niger zou gaan, dan is de mogelijkheid daar ook voor vanuit het werk.
Nu eerst maar weer wennen aan het koude Nederland, de winter in, die heb ik vorig jaar overgeslagen en ga er maar lekker van genieten nu, in m’n eigen huisje.

Mocht er een vervolg komen, dan laat ik dat horen.


Hartelijke groeten, Mirjam